Het Antwerps stadsbestuur doet sinds 2003 versterkte inspanningen om het spijbelgedrag in de Antwerpse scholen in te perken. Het Centraal Meldpunt voor Risicojongeren (CMP), een netoverschrijdend CLB-project, bracht voor de zesde keer op rij het spijbelgedrag in het secundair onderwijs in Antwerpen in kaart. Dat spijbelpreventienetwerk werkt goed omdat alle partners doordrongen zijn van het belang van een vroegtijdige en strenge spijbelaanpak. Hierdoor vergroot het bereik van het netwerk. Dat weerspiegelt zich in het stijgend aantal meldingen van jongeren met spijbelgedrag.
Strenge registratienorm in Antwerpen
In Antwerpen worden leerlingen geregistreerd vanaf 10 halve dagen ongewettigde afwezigheid. De Vlaamse norm voor spijbelen ligt op 30 halve dagen. In Antwerpen kiezen we voor deze strenge norm omdat vroegtijdige detectie en opvolging erger kan voorkomen. Spijbelen is immers meer dan ongewettigd afwezig blijven. Achter spijbelen schuilt vaak een complex verhaal. Als we spijbelgedrag niet van bij het begin aanpakken, verkleinen we niet alleen de toekomstkansen van de jongere zelf, maar leggen we ook een hypotheek op onze samenleving.
Derde van totaal aantal aanmeldingen vorig schooljaar
Voor het zesde jaar op rij krijgt het Centraal Meldpunt voor Risicojongeren meer meldingen over jongeren met gedrags- of spijbelproblemen. De jongeren worden gemeld door scholen, CLB's of hulpverleners. Het CMP zoekt voor deze jongeren hulp op maat: dit kan een doorverwijzing zijn naar jongerencoaching, een time-outproject of SWAT. Sinds de opstart van het meldpunt in 2003 werden in totaal 6046 jongeren aangemeld. Een derde daarvan (2148) werd vorig schooljaar aangemeld. In 44% van deze aanmeldingen ging het om consulten m.b.t. spijbelen.
Deze stijging is het bewijs dat zowel scholen als politie, justitie en welzijn spijbelen ernstig nemen en dat het spijbelactieplan in het secundair onderwijs vruchten afwerpt. Vorig jaar lanceerden we het stappenplan spijbelopvolging dat streeft naar een sluitende en uniforme aanpak van spijbelende jongeren binnen het gerechtelijk arrondissement Antwerpen. Scholen zien duidelijk dat er iets gebeurt met hun meldingen. Dat leidt tot meer alertheid bij de schoolteams zodat ze strenger registeren.
Ook wat betreft de zogenaamde ‘dixit-attesten'. Jongeren die aan de dokter een attest vragen om een afwezigheid te wettigen die in het verleden plaatsvond, werden vroeger vaak niet geregistreerd als spijbelaars. Sinds vorig jaar zijn scholen echter verplicht om deze leerlingen te registreren als ongewettigd afwezig.
Spijbelcijfers secundair onderwijs
De spijbelcijfers voor schooljaar 2008-2009 weerspiegelen de strengere registratie door de scholen. 5483 (14,8 %) van de 36929 leerlingen in het secundair spijbelde meer dan 10 halve dagen. Dit betekent een stijging van 1 % tegenover vorig jaar. Deze stijging situeert zich voornamelijk in het deeltijds beroepsonderwijs (van 54 naar 59,7 %) en in mindere mate in het buitengewoon secundair onderwijs (van 22,7 % naar 23,1 %) en het voltijds beroepssecundair onderwijs (van 11 naar 12,3 %). In het kunstsecundair onderwijs en de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers daalde het aantal spijbelaars van resp. 14,4 % naar 12,7 % en van 22 % naar 18,9 %.
De stijging in het deeltijds beroepssecundair onderwijs kan verklaard worden door het voltijds engagement dat sinds vorig schooljaar verwacht wordt van jongeren die kiezen voor een stelsel van leren en werken. Hierdoor wordt de afwezigheid op de werkvloer en vooral in een toeleidingstraject naar werk beter opgevolgd. Voordien werden afwezigheden van leerlingen op het moment dat ze niet op school waren niet in alle gevallen geregistreerd.
Tweede registratie in het basisonderwijs bevestigt tendensen
Vorig schooljaar werd voor de tweede keer het spijbelgedrag in de Antwerpse basisscholen gemeten. De cijfers bevestigen de tendensen van de vorige meting. Van de 31.538 leerlingen in het basisonderwijs was 2,7 % ongewettigd afwezig voor minstens 10 halve dagen. De meeste spijbelaars in het basisonderwijs (35,9 %) zitten in het eerste leerjaar en spijbelen met medeweten van hun ouders. We kunnen in dat verband spreken van het ‘verlengde kleuterschooleffect': vaak gaat het om ouders die niet beseffen dat hun kind vanaf 6 jaar leerplichtig is. Soms zijn dat anderstalige nieuwkomers, maar het gaat ook vaak om kinderen in een problematische opvoedingssituatie.
Opmerkelijk is dat van de 4,3 % hardnekkige spijbelaars in het basisonderwijs (meer dan 100 halve dagen ongewettigd afwezig) het merendeel in het derde leerjaar zit. Mogelijk zijn dit de eerste tekenen van schoolmoeheid: de stap van het tweede naar het derde leerjaar is groter dan van het eerste naar het tweede. Voor sommige leerlingen blijkt deze overstap al problematisch. De spijbelproblematiek in het basisonderwijs situeert zich vooral in Antwerpen-Noord, Hoboken, Borgerhout en Deurne.
Stad en scholen denken na over spijbelaanpak in basisonderwijs
Tot voor kort was de Antwerpse spijbelaanpak voornamelijk op het secundair onderwijs gericht. We kunnen echter niet ontkennen dat het probleem vaak al begint in de basisschool. Daarom willen we ook basisscholen ondersteunen in de aanpak van spijbelgedrag. Op 27 november nodigde de stad directies uit het basisonderwijs en een aantal partners uit de welzijnssector uit om samen te zoeken naar mogelijkheden om spijbelgedrag in het basisonderwijs aan te pakken.
Centrale rol van de leerkracht
Uit deze denkdag bleek dat leerkrachten in het basisonderwijs spijbel- of gedragsproblemen vaak veel sneller op het spoor komen dan in het secundair onderwijs. Dat is niet verbazingwekkend omdat een leerkracht in het basisonderwijs een eigen klas heeft en zijn of haar leerlingen dagelijks ziet, in tegenstelling tot leerkrachten in het secundair onderwijs. Toch is dit een belangrijke vaststelling die wijst op de centrale rol van de leerkracht in de opsporing en de opvolging van spijbelgedrag. Ook in het secundair onderwijs zien we dat spijbelen heel erg samenhangt met de individuele aanpak van leerkrachten en het algemeen schoolklimaat. Het zit ‘m vaak in kleine dingen: een leerling aanspreken op het feit dat hij niet in de les was bijvoorbeeld. Daarom blijft de stad inzetten op vorming en ondersteuning van scholen om spijbelgedrag in te perken.
Vorig schooljaar werden meer dan 200 spijbelspiegels aan de CLB's afgeleverd. Daarnaast waren er 25 vormingen voor CLB, scholen, OCMW en VDAB en 14 in de lerarenopleidingen.
Voor meer info over spijbelpreventie en het Centraal Meldpunt voor Risicojongeren kan u op de website terecht.
|