Een spijbelbeleid voeren werkt. Dat blijkt uit de recentste Antwerpse spijbelcijfers. In Vlaanderen stijgt het aantal spijbelaars, in Antwerpen spreken we van een stagnatie en zelfs lichte daling. Nergens in Vlaanderen worden spijbelaars dan ook zo strikt opgevolgd als in Antwerpen. Sinds drie jaar worden ook leerlingen in het basisonderwijs nauwkeurig geregistreerd.
De spijbelambtenaar gaat samen met schoolteams aan de slag om spijbelgedrag aan te pakken. En die aanpak werkt: in die scholen waar samengewerkt wordt aan een spijbelbeleid, daalt het spijbelgedrag aanzienlijk. De globale Antwerpse spijbelcijfers stagneren. Dat is niet alleen een verdienste van de spijbelambtenaa. Het zijn de schoolteams die een spijbelbeleid voeren, de spijbelambtenaar helpt hen daarbij op weg. De stad probeert schoolteams te versterken in hun beleidsvoerend vermogen. Maar een echte doorbraak komt er pas als we de motivatie van leerlingen en leerkrachten echt centraal gaan stellen in ons onderwijs.
Centraal Meldpunt voor Risicojongeren: registreert en begeleidt
Spijbelaars worden in Antwerpen niet langer ongemoeid gelaten. Sinds 2003 werkt het stadsbestuur intensief aan het inperken van spijbelgedrag. Om een beeld te krijgen van het aantal spijbelaars werd datzelfde jaar het CMP, het Centraal Meldpunt voor Risicojongeren, opgericht. Het CMP registreert en begeleidt risicojongeren. De spijbelambtenaar werkt vanuit het Meldpunt.
Sinds de opstart kwamen er bij het CMP 8.503 aanmeldingen van jongeren binnen. Gisteren presenteerde ik samen met de Antwerpse spijbelambtenaar Sofie Van de Velde de spijbelcijfers van het schooljaar 2009-2010.
Vorig schooljaar kreeg het Meldpunt 2.460 aanmeldingen van jongeren. De reden van aanmelden situeert zich rond schoolloosheid, gedrag, tucht, maar vooral ook rond spijbelgedrag (692). Wij volgen elke aanmelding grondig op. Het CMP-team zoekt voor elke jongere hulp op maat, bijvoorbeeld via coaching of een time-outproject. Het CMP voerde vorig jaar 1.057 advies -en doorverwijsgesprekken.
Het aantal aanmeldingen stijgt jaarlijks. Dat heeft vooral te maken met de alertheid van scholen. Ze zien dat er iets gebeurt met hun melding, en dat werkt stimulerend.
Aantal spijbelaars stagneert
Het aantal aanmeldingen kan dan wel stijgen, dat doen de globale spijbelcijfers niet. Voor het eerst zien we een stagnatie van het aantal spijbelaars. Dat is vooral te danken aan die scholen die een spijbelbeleid voeren.
In Antwerpen wordt na tien halve dagen onwettige afwezigheid centraal geregistreerd. De Vlaamse norm voor spijbelen ligt op dertig halve dagen. In Antwerpen registreren we op die manier niet alleen het aantal hardnekkige spijbelaars, maar iedereen die spijbelgedrag vertoont. Preventie kan immers heel wat schade beperken. Spijbelen wordt gezien als symptoom van andere dingen die mislopen, niet alleen met de individuele spijbelaar, maar ook binnen de school en het onderwijssysteem.
Volgens de strenge Antwerpse norm spijbelt 2,9 % van alle leerlingen in het lager onderwijs, dat aantal blijft ongewijzigd tav vorig jaar. In het secundair gaat het om 14,1 %, dat is een lichte daling tav 14,3 % vorig jaar. Deze cijfers blijken geen uitzondering te zijn in steden met een grootstedelijk karakter. In Gent, waar de registratie pas enkele jaren op gang komt en waarmee regelmatig wordt samengewerkt, zijn er globaal gesproken ongeveer evenveel spijbelaars.
Basisonderwijs
De cijfers van dit jaar bevestigen een aantal vaststellingen die ook vorig jaar gedaan werden. De meeste spijbelaars in het lager onderwijs situeren zich in het eerste leerjaar (33 %) en in het buitengewoon lager onderwijs (12.7%). Hier speelt het verlengde kleuterschooleffect en hebben ouders vaak onvoldoende kennis van ons leerplichtonderwijs. In het buitengewoon onderwijs speelt ook het (gebrekkige) busvervoer een belangrijke rol.
Secundair onderwijs
In het secundair onderwijs spijbelden 5.200 van de 36.924 leerlingen meer dan tien halve dagen. Een grote meerderheid (76,8% ) van deze jongeren spijbelt tussen de 10 en 30 halve dagen en is niet zichtbaar in de Vlaamse cijfers.
3,2 % van de Antwerpse spijbelaars zijn zeer hardnekkige spijbelaars met meer dan 100 halve dagen ongewettigde afwezigheid.
Voor het eerst zien we een kentering in het BSO en TSO. In het beroepsonderwijs daalt het aantal spijbelaars van 28,4 % naar 26,2%. In 10 beroepsscholen werd vorig jaar dan ook actief gewerkt met schoolteams o.m. rond spijbelpreventie.
Het deeltijds onderwijs blijft het zwakke broertje. Meer dan de helft (56%) van deze leerlingen is meer dan 10 halve dagen onwettig afwezig. De grootste oorzaak ligt bij het gebrek aan werkervaring: het decreet verplicht een voltijds engagement. Alleen zien we dat in de praktijk lang niet alle leerlingen een werkplek vinden. Bij de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers zien we een significante stijging. Dat zou te maken kunnen hebben met de absolute toename van het aantal anderstalige nieuwkomers, waardoor de draagkracht van schoolteams overschreden wordt. Ook in Gent is deze trend waarneembaar. Het kunst secundair onderwijs (KSO) vertoont meer spijbelende leerlingen. Een mogelijke verklaring ligt bij de toename van nevenstromers. Uit onze analyse blijkt dat er binnen het KSO heel veel leerlingen van school veranderen in de loop het schooljaar. Deze leerlingen missen de start van het schooljaar en de afspraken en regels van de school die dan gemaakt worden. Dat grote verloop moeten de KSO-scholen samen aanpakken.
Spijbelbeleid implementeren
Het schoolreglement is een zeer onderschat werkinstrument. Als leerkrachten vanaf het begin duidelijkheid scheppen over de regels en afspraken, hebben ze al half gewonnen. Een spijbelbeleid voeren, is een investering van het hele schoolteam en niet alleen van de individuele directeur, leerlingenbegeleider of leerkracht. Het ganse schoolteam moet bereid zijn om kritisch naar zichzelf te kijken: Dat doen we aan de hand van de spijbelspiegels. Eens die confronterende analyse gemaakt is, zoek ik samen met het team naar oplossingen. Vaak liggen die in kleine aanpassingen zoals het verduidelijken van een schoolreglement, het beperken van toegangspoorten, aanpassen van uurroosters of het minder aantrekkelijk maken van routes van het ene naar het andere leslokaal.
Schoolteams kunnen ook rekenen op bijkomende ondersteuning van de stad. Antwerpen beschikt over een breed coachingnetwerk: Jongerencoaches volgen vanuit de school spijbelaars op, maar er zijn ook coaches aan de slag die jongeren aanspreken vanuit de vrije tijd en hun woonbuurt. Daarnaast zijn er de School aan de Beurtacties waar samen met de buurt en school gewerkt wordt rond veiligheid en respect.
Voor de kleine kern hardnekkige spijbelaars staat er een netwerk van organisaties en gerichte hulpverlening klaar. Zo zijn er op jaarbasis meer dan 400 begeleidingsplaatsen binnen uitvalpreventie. Het CMP werkt nauw samen met Jeugdparket, politie, jeugdbrigade, Vlaamse onderwijsadministratie ...
Maar alles begint bij de leerkracht en het schoolteam die bereid zijn de schoolcultuur te veranderen. Maar het loont: dat bewijzen de spijbelcijfers in die scholen waar we samen aan de slag gingen. Scholen werken op vertrouwelijke basis met de spijbelambtenaar, daarom worden geen individuele schoolcijfers bekendgemaakt. De individuele spijbelspiegel van een school wordt tijdens besprekingen wel afgezet ten aanzien van globale Antwerpse spijbelspiegels.
Beleidsvoerend vermogen versterken
De spijbelambtenaar is niet alleen actief in die scholen die een beroep doen op haar. Ze geeft ook vormingsessies aan leerkrachten en in de lerarenopleiding. Op drie jaar tijd bereikte zij samen met medewerkers van Actieve Stad ongeveer 1900 leerkrachten, directies, secretariaten, met vorming. Tweeëndertig scholen werden specifiek gecoached in hun aanpak van het spijbelen.
Deze aanpak willen we verder zetten. Het werk dat het CMP en spijbelambtenaar leveren, bewijst dat het registreren en werken rond symptomatisch spijbelgedrag effectief leidt tot het versterken van schoolcultuur en beleidsvoerend vermogen van scholen.
Ondanks de goede resultaten van het CMP is er méér nodig. Er is iets structureel mis: te veel leerlingen geraken gedemotiveerd. De hervorming van het secundair onderwijs is echt nodig. Maar ook in het lager onderwijs moeten we nadenken over andere onderwijsstrategieën. Spijbelen is een symptoom van een falend onderwijssysteem: willen we echt een doorbraak dan moeten we samen met schoolteams het Vlaams onderwijssysteem structureel anders doen werken.
|