|
Een marketeer met eenburgemeesterssjerp, daar kan zelfs de hoofdstad van Europa niet tegenop.Antwerpen trok het afgelopen jaar meer buitenlandse investeringen aan danBrussel. Het is de eerste keer dat de hoofdstad zo in de schaduw vanOnze-Lieve-Vrouwetoren wordt gezet. (De Standaard van 12 mei 2011 , door Karsten Lemmens, redacteur economie)
In 2010 werden 46 buitenlandse investeringsprojecten in Antwerpen gerealiseerd. Dat is een stijging van 46 procent ten opzichte van de vorige zes jaar. Brussel moet zich tevreden stellen met 32 projecten, een toename van 'maar' 12 procent. Dat vertaalt zich natuurlijk ook in het aantal nieuwe jobs die buitenlandse bedrijven hier creëren. 1.400 voor Antwerpen, vlotjes het dubbele van de 700 in de Brussels agglomeratie. Daarmee staat de Iris niet langer op kop.
De nieuwe cijfers zijn afkomstig van IBM Global Services, dat bedrijven adviseert over de beste locaties voor hun nieuwe vestigingen. 'Naast de grote projecten die veel jobs scheppen, van Atlas Copco, Genzyme en Pfizer, is Antwerpen zich de laatste jaren heel bewust op de kantorenmarkt gaan profileren', zegt global leader Roel Spee. 'Daardoor zijn er in Antwerpen ook heel wat kleinere projecten uitgerold. Op die kantorenmarkt is de stad nu echt aan het doorbreken.'
De Antwerpse burgervader is de vleesgeworden verklaring voor het fenomeen. Patrick Janssens is gepokt en gemazeld in de reclamewereld, en positioneert zijn stad sinds zijn aankomst op 't Schoon Verdiep als een sterk merk. Bijna elke Vlaming kent het A-logo ondertussen. Dat imago maakt de stad erg aantrekkelijk voor investeerders. 'Antwerpen doet aan actieve marketing. Het profileert zich als de ideale locatie om een Benelux-hoofdkwartier neer te poten', aldus Spee. 'Die citymarketing speelt een belangrijke rol.' Dat hebben ook andere Vlaamse steden ingezien, die massaal het lichtend Antwerpse pad volgen.
Behalve Brussel. Want hoe gaat het eraan toe in die stad met haar 19 gemeenten, die allemaal een andere koers varen? De wildgroei aan administraties is er een blok aan het been van menig buitenlandse investeerder. De spaghetti van regeltjes en gemeentelijke en partijpolitieke belangen leidt tot een chronisch gebrek aan eenheid. Daardoor is er van 'het merk Brussel' helemaal geen sprake. De naakte cijfers gommen alle twijfel uit: investeerders kiezen steeds minder voor die hutsepot van baronieën rond de Zenne. Hun voorkeur gaat steeds vaker uit naar de hechte, geoliede machine aan de Schelde. Die frisse stad met dat leuke logo. Zot van B? Vergeet het. Investeerders zijn zot van A.
Ook wanneer de onderzoekers hun blik op België richten, blijft Antwerpen koning. Vier op de tien Belgische jobs die door buitenlandse investeringen werden gecreëerd vinden we terug in de provincie Antwerpen. Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant volgen met 14, 11 en 9 procent. Pas dan is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan de beurt.
Maar het kan altijd slechter. Wallonië trok in 2010 maar 36 buitenlandse investeringsprojecten aan, een historisch dieptepunt. De kloof met Vlaanderen (108 projecten) was nog nooit zo groot. Het leverde 3.907 jobs op in het noorden van het land, en maar 780 in het zuiden.
Nochtans was Wallonië vorig jaar 's lands absolute sterkhouder, en benaderde het de investeringsomvang van Vlaanderen. Maar toen stonden enkele grote projecten, zoals Google en Microsoft in Bergen, in voor een sterke opmars. Zulke projecten waren in 2010 in geen velden of wegen te bekennen. 'In 2009 kwamen er enkele grote distributiecentra naar Wallonië', stelt Spee. 'En er werden toen ook heel wat technologiespin-offs opgericht. Dat viel het afgelopen jaar weg.' Het grootste project was het distributiecentrum van Johnson & Johnson in La Louvière. Dat leverde maar 110 banen op.
Door die belabberde cijfers scoort heel het land ondermaats. 166 buitenlandse investeringsprojecten, dat is zes procent minder dan vorig jaar. En dat terwijl het cijfer in onze buurlanden alweer stevig stijgt.
'Een werknemer in België is 20 procent duurder dan eentje in Nederland', klinkt het veelbetekenend. De hoge loonkosten, alweer. Het alom gehoorde excuus dat de Belgische werknemer veel productiever is, klopt niet. Dat cijfer zou worden opgetrokken door de immense productie-installaties in de Antwerpse chemiecluster. 'Neem die installaties en fabrieken weg, en een Belg is minder productief dan een Oost-Europeaan', aldus Spee. 'Het productiviteitsargument dat academici, politici en sociale partners gebruiken is simpelweg onjuist.'
Wat er ook van zij, het dure imago jaagt investeerders steeds vaker weg. Met projecten die voor onze economie broodnodig zijn. Misschien moet onze nieuwe premier een reclamejongen zijn. Stickers met 'Zot van België' erop, misschien helpt het?
Karsten Lemmens maakt deel uit van de redactie economie.
|