|
Lees hier mijn integrale reactie op Bart De Wever verschenen in De Standaard.
In De Standaard van gisteren doet Bart De Wever een poging om het probleem van de inschrijvingen in scholen te benoemen. Hij slaagt er evenwel niet in om een oplossing aan te reiken. Toch stelt hij dat de bevoegde minister (Frank Vandenbroucke) en de Antwerpse onderwijsschepen (ondergetekende), beiden van "socialistische signatuur", niet verder komen dan een verhaal over de verjonging van onze steden en de capaciteitsproblemen die daar zogezegd uit voortvloeien.
De Wever, partijvoorzitter én Antwerps gemeenteraadslid, is te slim om zich te kunnen verschuilen achter onwetendheid. De waarheid is dat de eersten die de kampeerproblematiek hebben benoemd en die er - in tegenstelling tot De Wever - echt iets aan gedaan hebben, precies die twee ‘socialisten' zijn.
Ook wij vinden dat ouders terecht het beste voor hun kinderen willen. Daarom hebben wij onder voormalig onderwijsminister Vanderpoorten het GOK- decreet (dat een inschrijvingsrecht voor iedereen creëerde) voluit mee gesteund. Voordien was het mogelijk dat scholen zelf bepaalden welk kind ze inschreven. Deze legislatuur voegden we de mogelijkheid toe om kinderen die ondervertegenwoordigd zijn in scholen (GOK of niet-GOK leerlingen) voorrang te verlenen.
Vanuit dezelfde optiek heb ik in het Vlaams Parlement een amendement ingediend op het onderwijsdecreet XVIII met de bedoeling om de mensonwaardige kampeertoestanden in de toekomst te kunnen vermijden.
Met deze decreetswijziging kregen we de mogelijkheid om te experimenteren en te werken via een aanmeldingsregister. Op die manier zouden we ouders tijd en ruimte kunnen geven om hun kind in een aantal voorkeurscholen aan te melden. In Antwerpen en Gent werkten we samen aan een aanmeldingssysteem waarmee ook het onrechtvaardig selectiecriterium ‘wie eerst komt, eerst maalt' uit de wereld wordt geholpen. In ons voorstel werd dit criterium vervangen door de afstand tussen de school en thuis. Met andere woorden: alle ouders die zich aanmelden zouden automatisch gerangschikt worden op de afstand van de woonplaats tot de school. Zo kunnen we buurtkinderen (na de zusjes en broertjes en na eventueel GOK-niet GOK) voorrang geven. Dat heeft meerdere voordelen: je vermijdt nodeloze mobiliteit in de stad, het bevordert verkeersveilige schoolomgevingen, de ouderparticipatie en past perfect in het concept brede school. In Gent keurde het LOP-basis dit voorstel goed en werden daarmee de kampeertoestanden opgelost. In Antwerpen beslisten de scholen in het LOP daar anders over. De gevolgen kennen we: minstens 28 wachtrijen alleen al in stedelijke basisschooltjes. De motivatie van de meeste scholen om tegen te stemmen was op z'n minst onduidelijk te noemen. Ongetwijfeld hebben er sommigen gedacht aan hun "uitstraling". Maar ik hoor ook andere geluiden: heel wat van onze directies openden dagen vooraf hun schoolpoorten en wijdden een deel van hun vakantie aan de zorg voor wachtende ouders.
Op basis van een grondige evaluatie van de inschrijvingen dit jaar zal ik alleszins opnieuw proberen het LOP te overtuigen om ouders volgend jaar niet op de stoep te zetten.
OM echt iets te doen aan de vermeende capaciteitsverschillen tussen scholen heeft Frank Vandenbroucke trouwens gezorgd voor een ommekeer in de financiering van de scholen die door alle fracties in het Vlaams Parlement terecht historisch genoemd wordt. Scholen van alle netten worden sinds dit jaar gelijk behandeld in functie van de behoeften van de leerlingen zodat elke school in staat moet zijn om de beste kwaliteit te leveren.
De Wever insinueert dat Frank Vandenbroucke en ikzelf de wachtrijen verengen tot een verhaal over de verjonging van onze steden en de capaciteitsproblemen die daar zogezegd uit voortvloeien. Hij zou beter moeten weten. Ten eerste is de verjonging een feit. Volgens bevolkingsprognoses zullen we in Antwerpen tussen nu en 2026 een toename kennen van 30.000 tot 70 000 jongeren (jonger dan 20 jaar). Als we dus spreken over een capaciteitsprobleem is dat de harde realiteit die trouwens bewezen wordt door het feit dat jaarlijks de scholen sneller vol zitten. Dit jaar moeten 40 % van alle stedelijke basisscholen (amper een week na de start van de inschrijvingen) al kinderen weigeren.
Het is de verantwoordelijkheid van de politici om daar iets aan te doen. En dat doen wij ook. Minister Vandenbroucke heeft in de loop van de legislatuur het bedrag dat voorzien is voor subsidies in schoolinfrastructuur nagenoeg verdrievoudigd. Hij heeft bovendien het initiatief genomen om daarbovenop nog eens een injectie van 1 miljard euro mogelijk te maken via een DBFM-constructie.
In Antwerpen hebben wij, gezien de verjonging hier sterker is dan elders, in het bestuursakkoord in 2006 een inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur voorzien. Samen met de andere onderwijsnetten werken we aan een Masterplan voor schoolgebouwen. Door renovatie en nieuwbouw moet de capaciteit snel toenemen.
Het is ook vanuit die bekommernis dat we aan de Vlaamse overheid vragen dat er voor subsidies expliciet rekening wordt gehouden met de verjonging in de steden. Om dezelfde reden heb ik aan de Vlaamse overheid gevraagd om een aantal subsdieregels die hinderlijk zijn voor een grootstedelijke omgeving aan te passen (bijvoorbeeld dat een schoolbestuur geen nieuwe school mag bouwen binnen een straal van 2 km of bijvoorbeeld dat de kostprijs van het bouwen in een stad duurder is dan elders.) Het toont aan dat wij niet enkel problemen benoemen maar ook initiatieven nemen om er iets aan te doen.
Tot slot wil ik De Wever waarschuwen voor te lineair denken. Vanuit de praktijk in Antwerpen kunnen we vaststellen dat er geen verband is tussen wachtrijen en scholen die voorrang geven aan GOK-leerlingen. Sommige van die scholen hadden geen wachtrijen, maar zijn ondertussen wel vol. Anderen hadden wel wachtrijen en hebben al kinderen moeten weigeren. Nog andere scholen die GOK-kinderen voorrang gaven, hadden wachtrijen maar hebben nog steeds plaats.
Uiteraard kunnen wij niet kunnen niet tolereren dat sommige scholen streven naar een eenzijdig ( witte) schoolpopulatie. Maar dit fenomeen zal sowieso verdwijnen als we terug naar echte buurtschooltjes gaan. Wat is er gezonder dan een basisschooltje dat een afspiegeling vormt van de buurt?
Het is in elke geval beter dan de vage suggestie tot het opleggen van quota...
Robert Voorhamme
|