|
De modeafdeling van Artesis Hogeschool Antwerpen - in de wandeling nog steeds dé Academie - maakt zich op om in 2012 haar vijftigste verjaardag te vieren. In de jaren tachtig van vorige eeuw zetten de Antwerpse Zes met hun gezamenlijk optreden tijdens de London Fashion Week Antwerpen op de modekaart. Dries Van Noten, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dirk Van Saene, Dirk Bikkembergs en Marina Yee kregen inmiddels het gezelschap van een vlucht jong talent. Van bij ons, zoals A.F. Vandevorst of Kris Van Assche, maar ook uit de hele wereld, zoals Haider Ackermann of Peter Pilotto. Dit jaar telt de modeafdeling niet minder dan 34 nationaliteiten, van Australië tot Zuid-Korea, en afgestudeerden maken het in modesteden als Parijs, Milaan en New York. Met een eigen collectie of als zeer gewaardeerde medewerker achter de schermen.
(uit GvA dd 3 november 2010)
Walter Van Beirendonck en de andere docenten waren het er roerend over eens: Nellie Nooren mag op de praatstoel plaatsnemen voor de 100 van Antwerpen over de modeacademie. Want Nellie Nooren staat al voor de klas sinds 1987, twee jaar nadat ze er zelf was afgestudeerd. En al die tijd zorgde ze voor de 1ste bachelors. Dat een handvol van haar pupillen ook recentelijk prestigieuze prijzen in de wacht heeft gesleept, vervult haar met trots. "Ik herinner mij nog precies hoe die jongeren in het eerste jaar waren. En kijk waar ze nu staan!"
Pas afgestudeerd tekende Nellie Nooren commerciële collecties voor labels als Mayerline en het inmiddels opgedoekte kinderkledingmerk Becopa. Maar toen ze gevraagd werd als docente, aarzelde ze niet. "Het creatieve gekoppeld aan het pedagogische, dat was mijn ding." Na 10 jaar koos ze voor de Academie alleen en, hoewel ze als ancienne de kans kreeg om naar hogere leerjaren te verschuiven, verkoos ze bij de eerstejaars te blijven.
Hebt u in die tijd een evolutie kunnen waarnemen?
Ja, natuurlijk! De periode waarin ik zelf studeerde, betekende een e_SSLqswitch'. Linda (Loppa, red.) en later Walter (Van Beirendonck, red.) waren de pijlers van de creativiteit, maar ze hebben de Academie ook geopend naar de échte wereld. Ze hebben ervoor gezorgd dat studenten praktijkervaring opdeden en intense begeleiding kregen. Dat heeft een enorme weerslag op de kwaliteit.
Met mijn 65 studenten heb ik wekelijks 2 à 3 keer persoonlijk contact. De docenten coupe spelen ook een belangrijke rol. Dat zijn mensen die ervaring hebben in het samenwerken met ontwerpers, die een collectie kunnen e_SSLqlezen' en niet zo gauw zeggen: e_SSLqJa maar, dát is onmogelijk te realiseren.'
Dat ex-studenten als Alexandra Verschueren en Helena Lumelsky prijzen wegkapen, dat vinden wij dan ook fantastisch. Of het verhaal van Merryl Rogge, een nichtje van Jacques Rogge trouwens. In het derde jaar ging ze even een stage doen bij Marc Jacobs in New York, maar ze vonden haar zo goed dat ze er voorlopig blijft. (straalt)
De modeafdeling heeft studenten van over de hele wereld. Wat doet een Australische of een Chinees in Antwerpen belanden?
Je hebt een groep studenten die graag in een ander land wil gaan studeren. Die studenten pluizen alle informatie uit. Op het internet zien ze beelden van de modeshow, in magazines lezen ze over afgestudeerden en ze verslinden interviews met bekende ontwerpers van bij ons, de Zes. Zo zien ze niet alleen de creatieve mogelijkheden, ze beseffen ook dat er een toekomst aan vasthangt, dat het geen luchtbel is.
Zijn er docenten die ontwerpen van studenten dragen? En andersom?
Dat gebeurt! Er was eens een onderjurk van een derdejaars die ik erg mooi vond. Ik draag hem nu als jurk en met veel plezier. En van Bele Bardenheuer, die nu voor Scapa Sports werkt, heb ik een jurkje gekocht voor een van mijn dochters. Dat de studenten gek zijn op onze ontwerpers, merk ik geregeld aan hun outfits tijdens de toelatingsdagen. (lacht) Bernhard Willhelm, A.F. Vandevorst, Dries Van Noten, Walter... De stockverkopen worden duidelijk afgeschuimd.
Was de verhuizing naar de ModeNatie een grote stap vooruit?
Als je vergelijkt met het bouwvallig Bourlaatje naast het hoofdgebouw van de Academie! We hebben toen nog een persconferentie gegeven om de toestand aan te klagen.
Nadat we een hogeschool waren geworden, zijn we naar de Kammenstraat verhuisd, naar een kantoor-gebouw uit de jaren zestig dat we met beperkte middelen hebben opgeknapt. Omdat alle lokalen op eenzelfde verdieping lagen, bevorderde dat wel de samenhorigheid. Het gaf ons energie.
Dat we nu in de ModeNatie zitten met veel licht en ruimte en met het MoMu en de bibliotheek onder hetzelfde dak, hebben we te danken aan een samenloop van omstandigheden.
Als drijvende kracht ging Linda Loppa telkens op zoek naar bruikbare locaties voor de presentatie van de eindwerken van de masters aan de jury. Van de stad mochten we dit leegstaand pand gebruiken. In diezelfde periode stond het Textiel- en Kostuummuseum Vrieselhof voor een lastige keuze: een andere weg inslaan of opdoeken. Zodoende zitten de modeafdeling én het MoMu nu hier.
Volgen docenten en studenten ook de shows in Parijs?
Sommigen gaan elk seizoen. En Walter, die zelf ook een show geeft, volgt ook een aantal mensen op. Wie niet kan gaan, probeert alles te volgen via Style.com. Zoals oud-student Demna Gvasalia, die nu voor Maison Martin Margiela werkt, maar ook de grote modehuizen.
Vóór de tijd van het internet was dat wel veel moeilijker. Mijn eerste defilé was Yohji Yamamoto. Met zeven probeerden we binnen te geraken met een valse uitnodiging. Maar toen ík mijn uitnodiging moest tonen, viel ze helemaal uit elkaar. Gesméékt heb ik om binnen te mogen en ten slotte klonk het: Allez, 't is goed!'
Nog een modeduo dat elkaar leerde kennen aan de Antwerpse Academie. Peter Pilotto, met Oostenrijks en Italiaans bloed, en Christopher De Vos, half Peruaans, half Belg, veroveren met hun intergalactische digitale prints stormenderhand de modewereld.
In Londen, waar ze hun hoofdkwartier hebben, werden ze al gelauwerd met een modeprijs. In september 2009 zou zelfs Michelle Obama een Pilotto hebben gedragen.
Dit najaar ging Peter Pilotto een samenwerking aan met Kipling voor een capsulecollectie spacy tassen en rugzakken. "We hebben niet veel tijd voor bezoekjes aan Antwerpen, maar we zijn heel trots dat we in Antwerpen hebben gestudeerd. Je merkt de Belgische toets in onze collectie. We blijven trouw aan onszelf en dat is net wat je leert aan de Antwerpse Academie", zegt Peter Pilotto.
"De Antwerpse Academie moedigt studenten aan om op eigen benen te durven staan. Daarom zwermen ze naar overal uit en voor ons was dat Londen", meent Christopher De Vos.
|