|
"Leerplichtige jongeren moeten op school zijn. Gebeurt dat niet, vergooien zij hun toekomst en wordt het een maatschappelijk probleem" zegt onderwijsschepen Robert Voorhamme. De stad Antwerpen doet al sinds 2003 extra inspanningen om spijbelgedrag tegen te gaan. Via het Centraal Meldpunt worden Antwerpse jongeren met spijbelgedrag geregistreerd, opgevolgd en begeleid. "Net omdat we zwaar tillen aan spijbelgedrag, registreren we in Antwerpen spijbelaars vanaf 10 halve dagen ongewettigde afwezigheid. De Vlaamse norm voor registratie ligt op 30 halve dagen. Vroegtijdige detectie en opvolging kan erger voorkomen" aldus de schepen. Het stadsbestuur wil nog verder gaan en neemt nu een spijbelambtenaar in dienst. Zij wordt het gezicht van het Antwerps spijbelbeleid.
Het Centraal Meldpunt (CMP)
In 2003 was Antwerpen de eerste stad waar de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) van alle onderwijsnetten de krachten bundelden om met een overkoepelende CLB-structuur de problemen met risicojongeren aan te pakken. Het Centraal Meldpunt brengt problemen met risicojongeren in kaart, verzamelt gegevens en doet onderzoek. Daarmee heeft het meldpunt een belangrijke draaischijffunctie in het Antwerpse onderwijsbeleid. Het Meldpunt heeft een spilfunctie in een netwerk van hulpverlening, politie, parket, CLB's, opvangprojecten etc.
Schoolloze leerlingen of jongeren met gedrag- of spijbelproblemen worden door verschillende partners gemeld aan het Centraal Meldpunt. Sinds 2003 waren er in totaal al 3306 aanmeldingen. Het CMP zoekt in samenwerking met alle betrokkenen hulp op maat van de jongere: vaak is dit een doorverwijzing naar een time-outproject, een persoonlijk ontwikkelingstraject, SWAT of jongerencoaching.
Spijbelregistratie
Daarnaast registreert het CMP ook spijbelcijfers volgens een strenge norm van 10 halve dagen. Voor het schooljaar 2006-2007 zijn er op een totaal van 37 736 Antwerpse leerlingen in het secundair onderwijs 13% spijbelaars.
Vanaf dit schooljaar wordt ook het spijbelgedrag in het basisonderwijs in kaart gebracht. Uit een steekproef van vorig jaar bleken vooral kinderen uit het eerste leerjaar te spijbelen, met medeweten van hun ouders.
Naast een algemeen spijbelrapport, dat een belangrijk beleidsinstrument is voor het onderwijsbeleid in Antwerpen, maakt het CMP ook jaarlijks ‘spijbelspiegels' per school. Deze rapporten kunnen opgevraagd worden door scholen en CLB's. Op basis van deze spijbelspiegels kunnen schoolteams hun spijbelaanpak onder de loep nemen en aanpassen. Momenteel doen scholen nog te weinig met dit instrument. Er ligt een belangrijke taak weggelegd voor de spijbelambtenaar om hiermee met schoolteams aan de slag te gaan.
Rol van de nieuwe spijbelambtenaar
De nieuwe spijbelambtenaar wordt het aanspreekpunt voor al wie in Antwerpen met spijbelen te maken heeft. Zij wordt de draaischijf voor het Antwerps spijbelbeleid. De spijbelambtenaar start niet van nul, maar kan rekenen op de spijbelgegevens en de netwerken van het Centraal Meldpunt. De spijbelambtenaar moet scholen stimuleren en ondersteunen in het ontwikkelen van een eigen spijbelbeleid.
Daarnaast zal de spijbelambtenaar vorming geven aan schoolteams, CLB-medewerkers en andere partners. Ook ouders moeten gesensibiliseerd worden en waar nodig ondersteund worden in het kader van opvoedingsondersteuning. De spijbelambtenaar staat ook in voor de jaarlijkse rapportering van de spijbelcijfers en de opvolging van een aantal individuele dossiers over hardnekkige spijbelaars. Op die manier behoudt zij voeling met partners, jongeren en ouders.
De spijbelambtenaar wordt ingebed in het team van het Centraal Meldpunt, dat gehuisvest is in het Open Onderwijshuis. Vanaf september komt zij voltijds in dienst.
Wie is de nieuwe spijbelfunctionaris?
Kaat Everaerts is een dertigjarige psychologe uit Zwijndrecht. Ze heeft in haar jonge carrière al uitgebreid ervaring opgedaan in het onderwijs en in de sociale sector. Daarmee koppelt ze de nodige onderzoeksvaardigheden aan een uitgebreide kennis van het onderwijsveld als leerkracht en leerlingbegeleider.
|