|
In Antwerpen werken partners uit onderwijs, welzijn, politie en justitie al enkele jaren samen om spijbelgedrag bij jongeren tegen te gaan. Deze samenwerking resulteerde in een stappenplan spijbelopvolging waarmee een uniforme en sluitende aanpak van spijbelende jongeren binnen het gerechtelijk arrondissement Antwerpen wordt beoogd. Het plan geeft op een schematische manier de rol weer die de verschillende partners spelen in de spijbelopvolging. Voor de stad Antwerpen heeft het centraal meldpunt voor risicojongeren hierin een centrale rol. Eén van de succesvolle instrumenten in dit plan, de ouderstages, dreigen afgeschaft te worden. Daarom stelde ik vandaag een vraag om uitleg aan de minister van Welzijn, Veerle Heeren. (3/3/2009). Ondertussen stopte Vlaanderen effectief met de subsidiëring van dit project. Een gemiste kans!
lees meer over spijbelaanpak en ouderstage
Centraal meldpunt voor risicojongeren Antwerpen levert veel inspanningen om spijbelgedrag in te perken en te voorkomen. De stad richtte enkele jaren geleden in samenwerking met alle Antwerpse onderwijsnetten het Centraal Meldpunt voor Risicojongeren op. Dit meldpunt brengt risicojongeren in kaart en volgt hen op. Het speelt een belangrijke rol in het netwerk van politie, parket, CLB's, scholen en welzijnspartners. Binnen het meldpunt werd ondertussen ook een spijbelcel opgericht. Strenge Antwerpse spijbelnorm "Ik til zwaar aan de spijbelproblematiek," zegt onderwijsschepen Robert Voorhamme. "Spijbelen is meer dan ongewettigd afwezig blijven. Weinig spijbelaars doen het voor de kick. Achter spijbelen schuilt vaak een complex verhaal. Maar wegblijven van school lost niks op. Integendeel. Het verkleint niet alleen de toekomstkansen van de spijbelaar zelf, maar legt ook een hypotheek op onze samenleving." Antwerpen hanteert dan ook een zeer strenge norm. "We spreken in Antwerpen van spijbelaars zodra jongeren 10 halve dagen ongewettigd wegblijven van school. In Vlaanderen ligt de norm op 30 halve dagen." Volgens Voorhamme is een performante spijbelaanpak een verantwoordelijkheid van iedereen. "Dankzij samenwerking en een sterk netwerk hebben we in Antwerpen al een hele weg afgelegd. Antwerpen hanteert een nauwgezette spijbelregistratie. Uit het recente spijbelrapport weten we dat 13.8 % van de 37 509 Antwerpse leerlingen in het secundair onderwijs meer dan 8 of 10 halve dagen spijbelde tijdens schooljaar 2007-2008. Voornaamste reden is een sterke stijging van het aantal spijbelaars in het deeltijds beroepsonderwijs (+4.3 %) en Syntra (+ 4.9%) . Het spijbelgedrag verschilt ook sterk naargelang de onderwijsvorm. In het gewoon voltijds secundair onderwijs ligt het gemiddelde op 11%, waarbij beroepsonderwijs (BSO) met 25 % en onthaalonderwijs (OKAN) 22% al jarenlang de kroon spannen. "Het goede nieuws is wel dat we voor het eerst een forse daling merken in het BSO en onthaalonderwijs. Het spijbelgedrag in het technisch onderwijs daalt voor het tweede jaar op rij". Uniforme en sluitende spijbelaanpak "Meten is weten. Dat is één ding," zegt Voorhamme. "Nu komt het erop aan de spijbelaanpak sluitend en uniform te maken." Het stappenplan voor spijbelaanpak is bedoeld voor iedereen die met spijbelende jongeren te maken krijgt. Het benoemt alle instanties (de Jeugdbrigade, het Centraal Meldpunt voor Risicojongeren, het Comité voor bijzondere jeugdzorg, de Sociale dienst van de Vlaamse Gemeenschap bij de jeugdrechtbank en Parket Antwerpen sectie jeugd en gezin) die betrokken zijn bij de opvolging van spijbelgedrag en omschrijft duidelijk welke rol deze kunnen spelen. Zo krijgen niet alleen schooldirecties en leerlingenbegeleiders maar ook alle andere spelers een duidelijk beeld van het traject dat wordt afgelegd met een spijbelende jongere en kunnen ze hier beter op inspelen. Er wordt gestreefd om jongeren zo lang mogelijk buiten de gerechtelijke hulpverlening te begeleiden. Enkel jongeren die niet binnen de vrijwillige hulpverlening geholpen kunnen worden, worden doorverwezen naar de jeugdrechter. i. Scholen eerste en voornaamste rol in spijbelaanpak Scholen en CLB's blijven een belangrijke rol spelen in de preventie en detectie van spijbelen. Zij moeten ook zelf een spijbelbeleid voeren. De spijbelspiegels kunnen ter ondersteuning dienen. Via gesprekken, brieven aan ouders enz. proberen zij spijbelaars te remediëren. Door kort op de bal te spelen, stopt in de meeste gevallen het spijbelen ook. Lukt dat niet, dan kloppen scholen aan bij de spijbelcel van het centraal meldpunt. ii. Meer spijbelondersteuning voor scholen door Centraal Meldpunt Steeds meer scholen doen een beroep op de spijbelcel. Er wordt eerst naar het profiel van de spijbelaar gekeken, afhankelijk daarvan wordt de jongere via één van de projecten (coaching, time out, SWAT...) geremedieerd. Lukt dat niet, dan kan het Centraal meldpunt de jeugdbrigade inschakelen. iii.Jeugdbrigade De jeugdbrigade stelt dan een spijbelcontract op met de jongere. In de meeste gevallen heeft dit het beoogde effect en stopt het spijbelen. iv. Jeugdparket Als ook dat niet helpt, wordt een PV opgesteld en het jeugdparket ingeschakeld. De parketcriminoloog volgt deze dossiers op. Wanneer de jongere blijft spijbelen en geen vrijwillige hulpverlening aanvaardt, wordt de jeugdrechter gevorderd voor beschermingsmaatregelen. Indien er onwil van de ouders wordt vastgesteld kunnen de ouders worden gedagvaard voor de politierechter. Dat kan leiden tot boetes voor de ouders. Aan ouders die wel willen meewerken maar duidelijk nood hebben aan ondersteuning bij de opvoeding van hun kind konden ouderstages aangeboden worden. Er kwam de mogelijkheid dat niet alleen het jeugdparket maar ook de jeugdbrigade en het Centraal Meldpunt deze stages konden aanbieden (op vrijwillige basis). Met succes, want bij de start in de maand november bood het meldpunt al een tiental ouderstages aan. In december kwam echter het signaal van de administratie welzijn dat deze ouderstages niet meer kunnen voor de doelgroep spijbelaars. "Onlogisch want spijbelen is vaak een signaal of voorloper van mogelijk afglijden naar crimineel gedrag" meent Voorhamme. Hij stelde vandaag een vraag om uitleg aan Minister Heeren. Die is bereid de situatie te bekijken en zal ons uitnodigen op haar kabinet. |