|
"Kwaliteitsmeter voor scholen is interessant" |
|
|
|
19/09/2011 |
|
In Amsterdam worden sinds 2009 de vorderingen van leerlingen in het basisonderwijs - en dus ook de prestaties van de scholen - gemeten met objectieve parameters. Zo is een soort kwalitatief klassement ontstaan. Omdat de scholen niet voor elkaar willen onderdoen, is de globale kwaliteit van het onderwijs in Amsterdam de jongste jaren gevoelig gestegen. Daarom wil schepen van Onderwijs Robert Voorhamme (sp.a) ook in Antwerpen zo'n systeem in alle netten invoeren.
Chris Weyers, directrice van het Koninklijk Atheneum in Hoboken, reageert met gemengde gevoelens: "Ik wijs dit plan zeker niet bij voorbaat af, maar ik vind zo'n meting wel riskant, omdat niet in elke school de leerlingen beginnen van dezelfde startpositie. Wij hebben veel leerlingen met taalproblemen. Aangezien die leerlingen snel vorderingen maken, zou zo'n meting voor onze school dus tot mooie resultaten leiden. Scholen zoals die van ons zijn goed omdat er veel meer moet worden nagedacht over het pedagogische project."
Ook Paul Geerts, directeur van Stella Maris in de Turnhoutsebaan in Borgerhout, ziet wel iets in het plan. "Meten is weten", vindt hij. "Zo'n meting geeft je een aanduiding welke inspanningen je als school nog moet doen. Maar de methodologie ervan lijkt me niet evident. In elk geval moet het belang van de leerlingen centraal staan, het mag geen concurrentieslag tussen schooldirecties worden." De hoofden van de ouders Freya Piryns, fractieleider van oppositiepartij Groen!, begon haar loopbaan in het onderwijs. Wat vindt zij van het plan? "Op zich lijkt het mij een goed idee dat scholen worden begeleid door onafhankelijke deskundigen", zegt ze. "Maar ik zou toch voorzichtig zijn met het openbaar maken van de resultaten van zo'n kwaliteitsmeter. Voorhamme heeft wel gelijk wanneer hij zegt dat er nu ook al een klassement bestaat in de hoofden van de ouders. Sommige scholen hebben nu eenmaal een betere reputatie dan andere, al is dat niet altijd terecht." "Mijn grootste zorg is: als blijkt dat bepaalde scholen moeten verbeteren op bepaalde vlakken, zullen ze daarvoor dan ook de nodige extra mensen en middelen krijgen? Er is door de vele administratieve en andere beslommeringen nu al zo weinig tijd over om les te geven. Met andere woorden: het mag niet van één kant komen, er moeten ook inspanningen van de overheid tegenover staan."
GVA 15/9 - Lex Moolenaar
|