Advertisement
   Doorzoek de site
   

1: Home2: Biografie3: Onderwijs4: Werk en economie5: Middenstand6: Kalender8: Foto & video9: Contact

Biografie Afdrukken E-mail
22/01/2008

Naam: Robert Voorhamme
Woonplaats: Oostenstraat 50 bus 37 -2018 Antwerpen

Partner: Martine
Kids: 3 jongens, 1 meisje
Hobby: lezen, muziek, wielertoerist, koken (als er tijd is)
Vakantiebestemming: de Provence & Italië
Lievelingsplek: in A: haven
Droom: nieuwe filosofie SLOW LIFE (met oog voor de goesting van elke leeftijd)
Fan van: Paolo Conte, Slow food
Hekel aan: vooringenomenheid

Geboren en getogen Kielenaar

Kindertijd met leuke en minder leuke ervaringen

1868: in het kamp van de revolutionairen

Rechten leek me saai

Eerste job

Vakbondsperiode

Overstap naar de politiek

Politiek is een raar beestje

Allergisch aan dagjespolitiek

Actief in Vlaams Parlement

Brussel of Antwerpen?

Idool in de politiek

CV

Je bent een geboren en getogen Kielenaar. Heb je leuke herinneringen aan die tijd?
Ik groeide inderdaad op op het Kiel. Het was een typische wijk met een goede volkse mix: geen elite, geen extreme armoede. De buurt was ontwikkeld volgens moderne opvattingen: je had een expansie van nieuwbouw (nu nog komen buitenlanders kijken naar de innoverende architectuur van de Kielse blokken) in combinatie met groen, scholen, kinderopvang en speelterreinen. Logisch dat er heel veel jonge gezinnen woonden. Het Kiel kende een aparte sfeer waardoor het best een populair gebied was. Je had er de gekende winkelstraat Abdijstraat en niet te vergeten den Beerschot, een ploeg die toen geregeld in de top 5 van de Belgische competitie zat. Dit alles maakte dat mensen er graag woonden. En ik ook.

Toen ik in de politiek ben gestapt, was het voor mij een logische prioriteit om de teloorgang van het Kiel tegen te gaan. Ik zette mij in om het tij te keren. Het proces van achteruitgang duurde minstens 20 jaar, dat kan je natuurlijk niet direct rechtzetten. Maar na 10 jaar, worden de resultaten nu stilaan zichtbaar. Ik denk aan de heraanleg van de Sint-Bernardsesteenweg, den TIR, het Kielpark, de nieuwe centrale zetel van de socialistische mutualiteiten, de renovatie van de sociale woonblokken, de nieuwe bestemming voor Petroleum Zuid, de herprofilering van de Abdijstraat, een nieuwe kleuterschool en kinderdagverblijf.

Natuurlijk zijn investeringen in gebouwen en straten op zich niet voldoende. Je moet ook oog hebben voor maatschappelijk werk. Het succes van de uitbouw van Tiret bijvoorbeeld, bewijst dat. Toch is maatschappelijk werk alleen vruchtbaar als de omgeving zich er toe leent. Het is een absolute voorwaarde dat de omgeving waar mensen wonen, ook respect uitdrukt voor die mensen en geen teloorgang weerspiegelt.

Wellicht is het Kiel de enige wijk in de stad die zo'n intensieve opknapbeurt meemaakt. Dat komt omdat hier intens overleg -met grote betrokkenheid van georganiseerde Kielenaars - aan vooraf ging. Daardoor kon een samenhangend plan op tafel worden gelegd en slaagden we erin alle beleidsinstanties (de stad, de Vlaamse overheid en Europa) te overtuigen.

Had je een fijne kindertijd?
Mijn kinderjaren op het Kiel zijn onvergetelijk. Maar toen ik 8 was, ontdekten de dokters bij mijn 1 jaar jongere broer een dodelijke ziekte (sarcoom) die bij jonge mensen voorkomt en altijd fataal afloopt.

Sinds die dag kreeg het parcours van alle gezinsleden een andere wending. Het ziekenhuis werd onderdeel van ons gezin. Mijn ouders, die ik doodgraag zag, gingen gebukt onder de zorgen en lasten. Ik deelde mee in hun leed en zo kreeg de verhouding met mijn broer, met wie ik zeer close was, toch een ander karakter. Omdat mijn ouders naar allerlei ziekenhuizen (tot in Gent) moesten waren ze genoodzaakt een nieuwe auto te kopen. Die aankoop was alleen mogelijk als mijn moeder ook zou gaan werken. Zo werd een huisvrouw plots verkoopster in de Grand Bazar. Haar leven werd nog zwaarder. Ik vergeet nooit dat ze stond te huilen toen de arbeidsgeneesheer haar dat werk afraadde omwille van spataders. Ik zag de wanhoop in haar ogen. Dit was de eerste keer dat ik als kind intens het gevoel van onrechtvaardigheid voelde terwijl zij geen keuze had.

Heb je ook iets geleerd uit die periode?
Uiteindelijk stierf mijn broer toen hij 12 was, ik was 13 jaar oud. Het verlies van "mijne maat" heeft mijn leven overhoop gehaald. Mijn ouders zijn dit nooit te boven gekomen. Zeker mijn moeder niet. Zij stierf veel te jong (50 jaar).

Ik heb geleerd dat het voor anderen helemaal niet evident is om te gaan met het gevoelsleven van een 13 jarige. Ik wilde mijn ouders niet bijkomend belasten en ik had het gevoel dat anderen mij niet begrepen. Ik kon mijn gevoelens niet uitdrukken. Vandaar dat ik sterk op mezelf terugviel.

Door de omstandigheden werd ik vrij vroeg volwassen, denk ik. In die zin dat ik voor mezelf een eigen verantwoordelijkheid moest opnemen. Ik leerde eruit dat je bestand moet zijn tegen niet ingeloste verwachtingen. Dat je niet altijd op anderen moet rekenen en ook inziet dat niemand perfect is. Ik heb daar mee leren omgaan. Ik heb nu de neiging alles intern te verwerken. Sommige mensen die mij niet goed kennen, denken dat ik koel ben. Eigenlijk is dat niet zo. Misschien begrijp ik zelfs beter pijnen van anderen, ook al merk je dat niet meteen aan mijn gelaatsuitdrukking.

De mei 68-beweging was volop bezig toen je op de middelbare school zat. Zat jij in het kamp van de revolutionairen?
Toen ik op het Atheneum zat, begon ik mij politiek te engageren. Er was toen een sterke drang naar verandering bij een groot deel van mijn generatie. Zoals steeds bij nieuwe bewegingen, werd die bij aanvang verkeerd begrepen werd. Men dacht dat het om de normale spanningen tussen twee generaties ging, maar dit lag veel dieper. Wij zetten ons af tegen het toen nog sterke collectieve waarden- en normenpatroon, dat al generaties lang onveranderd gebleven was. Wij dachten dat de tijd rijp was voor meer zelfbeschikking en zetten ons af tegen het juk van de "kerk" en van alles wat conservatief was.

Samen met klasgenoten sloten we aan bij de socialistische jonge wachten. We analyseerden samenlevingsproblemen en zochten naar zo revolutionair mogelijke oplossingen.

In die middelbare schoolperiode las ik veel kranten en tijdschriften over binnen - en buitenlandse politiek. Ik verdiepte me ook in handboeken over politieke wetenschap en geraakte zo gefascineerd door het fenomeen democratie. En dan vooral door de kwaliteiten van verschillende vormen van democratie. Telkens ik op school een voordracht moest geven, koos ik - tot verveling toe van mijn klasgenoten - dit onderwerp.

Ik maakte er ook een sport van om met mijn "revolutionaire ideeën" volwassenen op de kast te jagen. Ik beschouwde de discussie als een training. Zo viel ik vaak binnen op de biljartclub van mijn vader op het Kiel en klampte ik zijn vrienden aan met de bedoeling dat het gesprek zou uitdraaien op een politieke discussie. Nu heb ik medelijden met mijn vader: hij wou eigenlijk gezellige biljartavondjes onder vrienden, en ik, de snotneus, kwam daar altijd terecht als een radicale provocateur die zijn vrienden lastig viel.

Wat ik vooral onthouden heb van deze discussies is dat volks niet gelijk staat aan revolutionair links. Ik heb ook geleerd dat leren luisteren en begrip opbrengen, nodig zijn om zelf te kunnen overtuigen. En het is vooral belangrijk te praten met niet - gelijkgezinden. Met andere woorden: je moet openstaan voor andere meningen. Dat wil niet zeggen dat je een vijg bent, integendeel, je komt er eerder versterkt uit.

Zoals bij iedereen, komt er op het einde van de middelbare school de moeilijke vraag: wat verder studeren? Welke koers ben jij gevaren?
Ik wou in de politiek stappen en daarom wilde ik politieke wetenschappen studeren. Het PMS (nu CLB) vond echter dat de studies economie of rechten een betere basis vormden voor een politieke carrière én zeker een betere basis vormden voor als een politieke carrière niét zou doorgaan. Rechten leek me saai, economie interesseerde mij wel, maar had ik nooit gehad. Omdat ik blijkbaar wiskundig was aangelegd, stelde het PMS handelsingenieur voor.

Uiteindelijk heb ik die studies handelsingenieur ook heel graag gedaan omdat er veel verschillende invalshoeken in zitten. Ik had niet het gevoel een vakidioot te worden.

Na de studiekeuze komt de volgende vraag "waar ga je werken?"
Ik wou mij niet opsluiten in een loutere bedrijfslogica terwijl volgens mij de wereld veranderd moest worden. Ik was heel fier toen mijn promotor me voorstelde om assistent te worden. Zo kon ik mij veel bezig houden met wetenschappelijk onderzoek. Deze job heeft ongetwijfeld de manier, waarop ik mijn verdere carrière heb ingevuld, beïnvloed.

Ik leerde , ver weg van slogans en taboes, gebruik te maken van wetenschappelijke analyses, wat in mijn ogen cruciaal is voor de kwaliteit van een beleid. Een goede visie kan niet tot stand komen zonder een degelijke analyse en termijndenken. En dat mis ik geregeld in het huidige politieke klimaat. Vaak baseert men zich op de waarheid van de dag.

Nadien koos je voor de vakbond?
Ik ging als economisch adviseur werken bij de socialistische vakbond en niet bij de partij. Dat was een doordachte keuze: ik vond de toenmalige socialistische partij (BSP) oubollig en te conformistisch. Er was een nieuw soort socialisme nodig en dat vond ik toen bij de ABVV. Georges Debunne wekte alvast de indruk dat hij de nieuwe uitdagingen wilde aanpakken. Door er te werken, ondervond ik dat de reusachtige organisatie die een vakbond is, zichzelf dikwijls verstikt. Het doel en de middelen werden vaak verward.

Toch was die vakbondsperiode een zeer leuke tijd. Eerst werkte ik als adviseur voor de metaalvakbonden. Ik werd er veel betrokken in de onderhandelingen met bedrijven en ik leerde veel delegees kennen.

Zo zag ik het bedrijfsleven ook van de andere kant.

Je bent een goed onderhandelaar. Hoe leer je dat?
Onderhandelen leer je niet van vandaag op morgen. Een goede onderhandelaar moet over de correcte info beschikken en de juiste analyse maken (zonder taboes) en een inlevingsvermogen hebben in het denken en de houding van de tegenpartij. Je moet je ook realistische doelen voorop stellen. Toch loopt het niet altijd goed af: een kleine anekdote.... Ooit voerde ik mee de onderhandelingen voor Philips. We streefden naar arbeidsduurverkorting (35 urenweek) om meer mensen aan de slag te krijgen. Dat lag sowieso zeer moeilijk bij grote bedrijven omwille van de kostprijs. De directie wilde hier niet van horen. Er moest gezocht worden naar een compromis en we dachten dat we het gevonden hadden door meer werknemers naar opleidingen te sturen. Dat komt zowel het bedrijf als het personeel ten goede. Méér werknemers naar opleidingen sturen, maakt ook ruimte voor méér mensen aan het werk. En het vormt bovendien een betere garantie voor werkzekerheid ...

Toch moest ik tot mijn verbazing vaststellen dat vooral laaggeschoolde arbeiders niks moesten weten van ons voorstel. Zij floten ons terug. Hun slechte ervaringen uit hun schooltijd maakte dat ze niks met leren te maken wilden hebben.

De arbeiders vreesden mislukking en vreesden dat opleidingen gebruikt zouden worden om een selectie door te voeren.

Gelukkig bestaat er vandaag de dag wél meer consensus over het belang van opleidingen.

Toch blijft de drempel hoog, zeker voor die groep van mensen die dat het meest nodig heeft. Hier ligt volgens mij een grote uitdaging voor ons onderwijs: de negatieve ervaringen die velen tijdens hun schoolcarrière opdoen, sleuren ze hun ganse leven mee. Die negatieve ervaringen moet het onderwijs in de toekomst voorkomen.

In ieder geval , kwam er toen geen akkoord over de arbeidsduurverkorting bij Philips, maar ook dát is democratie.

Hieruit heb ik één grote les geleerd: een visie is maar goed als er voldoende mensen achter staan. Soms moet je leren remmen. Ik ben iemand die veel én te snel dingen wil veranderen. Bij de vakbond leerde ik dat je niet kan bewegen als de troepen niet volgen. Je moet leren temporiseren en investeren in een draagvlak. Onderhandelen is een methodiek die je leert met vallen en opstaan.

Trouwens, die militanten die ik toen leerde kennen, liggen me nog steeds nauw aan het hart. Aanvankelijk moesten ze weinig weten van mij, een universitair, maar eenmaal ze wisten dat je aan hun zijde stond, kreeg je een onvoorwaardelijk vertrouwen. Het zijn vrienden gebleven voor het leven.

Uiteindelijk werd je algemeen secretaris. Lag toen de weg naar de politiek open?
Na enkele jaren te werken als adviseur, wilde ik zelf beleid voeren mét adviseurs. Ik werd algemeen secretaris van het Vlaamse ABVV. Deze job was helemaal anders dan onderhandelen met bedrijven. Onze gesprekspartner was de regering en het politieke bedrijf.

Op die manier begon de politieke microbe, die al tijdens mijn middelbare school aanwezig was, terug te kietelen. Uiteindelijk stapte ik in 1995 (ik was 45 jaar) over naar een politiek mandaat. Velen zullen dat op vrij late leeftijd vinden, maar ik heb niet het gevoel dat ik voordien tijd verloren heb. In tegendeel, ik geloof dat je enige rijpheid en ervaring nodig hebt. Jongere mensen, met veel talenten, krijgen vaak niet meer de kans om fouten te maken. Politici worden van heel dichtbij opgevolgd en ook snel afgestraft. Ze riskeren vlug opgebrand te zijn.

Waarom koos je precies in 1995 voor de politiek?
In 1995 (na het Agusta-schandaal) zat de partij in een zware crisis en stond haar toekomst op het spel. Het was een spijtige zaak, des te meer omdat de partij zelf op dat ogenblik volop bezig was zich te ontdoen van haar oubolligheid. En net op het ogenblik dat de partij toekomst scheen te hebben, werd ze gepakt op haar verleden. Ik vond dat onrechtvaardig en ik denk velen met mij.

Er kwam in die tijd een grote mobilisatie op gang van mensen uit uiteenlopende middens die wilden vechten voor het voortbestaan van de partij. Voor mij was dat het vanzelfsprekende moment om de overstap naar de politiek te maken.

Ik heb de overstap nog op geen enkel moment betreurd.

Wat is er zo speciaal aan politiek?
Politiek is echt mijn ding, hoewel ik geloof dat ik vaak anders over politiek denk dan de meeste mensen. Ik denk dat velen politiek eerder koppelen aan "in de belangstelling staan". Natuurlijk is dat nodig. Als je niet in de belangstelling komt, kan je niet aan politiek doen. Maar het mag niet de hoofdzaak zijn.

Wat mij ten gronde fascineert in de politiek is juist het onderkennen van wat het toekomstig gemeenschapsbelang is en het opkomen voor meer rechtvaardigheid binnen dat gemeenschapsbelang.

Wat voor soort politicus is Robert Voorhamme?
Ik hanteer als politicus twee principes: ten eerste doe ik niet mee aan dagjespolitiek, ten tweede weiger ik me in een ideologisch korset te laten duwen. Politiek heeft te maken met beleid en moet dus vertrekken van een langetermijnvisie. Dagjespolitiek maakt mij echt triest. Het is, mijn inziens, een verkrachting van het politieke zijn. Wie aan dagjespolitiek doet, komt altijd te laat.

Wie teveel een beroep doet op een ideologisch korset, betrouwt zichzelf onvoldoende. Als de doelstellingen over meer rechtvaardigheid, gelijke kansen en duurzame samenleving duidelijk zijn, zijn taboes over hoe je er wil geraken overbodig.

Bovendien is bestuurskwaliteit voor mij heel belangrijk, je hebt het nodig om het vertrouwen van de bevolking te winnen. Je kan moeilijk goede ideeën aan de bevolking verkopen als die je wantrouwt omwille van gebrekkig bestuur. Zo is het mijn streefdoel dat Antwerpen de best bestuurde stad van Vlaanderen wordt.

Vind je politiek echt leuk?
Ik ben erdoor gebeten. Ik hou van grote uitdagingen. Ik ga graag de confrontatie aan en er is mijn inziens geen andere job waar je met zoveel uitdagingen geconfronteerd wordt als in de politiek.

Ook als parlementslid heb ik steeds gekozen voor grote uitdagingen, waarbij ik meestal mik op lange termijn. Daarom heb ik in verhouding veel meer decretale initiatieven genomen met het langetermijnperspectief, dan mondelinge vragen gesteld.

Wat doet een Vlaams parlementslid eigenlijk zoal? De meeste mensen kennen je van havendossiers. Heb je nog ander baanbrekend werk verricht via het Parlement?
Ik lig mee aan de grondslag van het havendecreet. Het is toch wel een uniek decreet dat vastlegt hoe zeehavens in Vlaanderen bestuurd moeten worden en dat tegelijk de verhoudingen tussen die havenbesturen en de Vlaamse overheid regelt.

Zelfs onze Noorderburen zijn hiervoor jaloers op Vlaanderen.

Een ander voorbeeld is het Deurganckdok-decreet. Een omstreden dossier met een hoog politiek risico. Maar de werken aan het nieuwe dok lagen stil en in de verte stevende onze haven af op een crash. Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen zodat de bouwwerken hervat konden worden. De toekomst zal bewijzen dat we toen onze plicht hebben gedaan. Tegelijk hebben we hiervan geprofiteerd om een mentaliteitswijziging op gang te brengen bij grote infrastructuurwerken. Op voorhand rekening houden met de invloed op omgeving en natuur, zit nu meer ingebakken in de aanpak van grote werken.

Een ander decreet is dat van de eenmaking van de universiteit Antwerpen. Net zoals het Deurganckdok-decreet kon dit Antwerpse dossier gerealiseerd worden dankzij een sterke samenwerking tussen Antwerpse parlementsleden. We vormen een groep die over de partijen heen de handen in mekaar slaat om Antwerpse dossiers te concretiseren.

Ik heb ook gewerkt aan het energieprestatie-decreet. Dat moet ervoor zorgen dat wij in het gezinsleven, op kantoor etc echt gaan rekening houden met zuinig energieverbruik. Het gaat om meer dan isolatie of kwaliteitsvolle verwarming... Dit decreet houdt in dat er op termijn een energiecertificaat komt dat de energieprestaties van een woning weergeeft. Ik geloof dat deze maatregel misschien wel de belangrijkste stimulans kan zijn om werkelijk tot energiezuinige woningen te komen. Simpelweg omdat het energiecertificaat de prijs van woningen zal beïnvloeden.

Een ander voorbeeld zijn mijn talloze interpellaties over de renovatie van de Silvertopblokken. Voor de toenmalige minister was dat niet prioritair (het waren konijnenkoten) en het dossier sleepte aan. Samen met Jo Vermeulen hebben we de minister gedwongen het licht op groen te zetten, met als resultaat dat de Silvertopblokken momenteel grondig gerenoveerd worden.

Ook binnen de partij heb ik een doorbraak kunnen realiseren. Dat gebeurde in 1998 tijdens een ideologisch congres. Ik was verantwoordelijk voor het economische luik. Mijn bijdrage heeft toen een grondige koerswijziging te weeg gebracht. Voor de allereerste keer erkende de partij het nut van marktmechanismen eerder dan tout court tegen de markt te zijn. Marktmechanismen kunnen nuttig zijn in het algemeen belang als ze op een faire manier gebruikt worden. Dit geldt ook voor het concept van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ondernemingen die er enkel op uit zijn de samenleving te laten opdraaien voor maatschappelijke lasten, gooien op termijn hun eigen ruiten in.

Ik vind zelfs dat voor overheidssteun enkel bedrijven in aanmerking mogen komen die bereid zijn ook het maatschappelijk belang te steunen. Zij zijn onze echte economische partners.

Stel je mag kiezen: Brussel of Antwerpen ?
Uitvoerende mandaten zijn met grote zekerheid de aantrekkelijkste jobs in de politiek. Schepen zijn in Antwerpen is fantastisch: de schaal is groot genoeg om met echt beleid bezig te zijn en toch sta je dicht bij de mensen.

Ik voel me goed in mijn vel als schepen voor onderwijs en jeugd. Beide domeinen fascineren mij omdat het bij uitstek gaat over bevoegdheden waar je op lange termijn moet denken. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat voor iemand die meer rechtvaardigheid en gelijke kansen wil nastreven, onderwijs, jeugd en werk dé sleutelterreinen zijn. Niet in het minst voor een stad als Antwerpen. Voor de toekomst van de stad.

Tot slot: Wie is je grote politieke voorbeeld?
Helmut Schmitt  heb ik altijd een absolute topklasse politicus gevonden. Op dit ogenblik heb ik ook veel bewondering voor de manier waarop Patrick Janssens burgemeester in Antwerpen is.

CV
Diploma's :
- HSO wetenschappelijke, Koninklijk Atheneum
- Hoboken (1968)
- handelsingenieur, RUCA (1973)
- aggregaat HSO, RUCA (1975)

Beroep :
- gewezen assistent , RUCA (1973 - 01-01-1976)
- gewezen leraar en docent (1975 - 01-01-1976)
- gewezen vorser , FKFO (1976 - 01-01-1984)
- gewezen economisch adviseur , CMB/ABVV (1982 - 01-01-1988)
- gewezen intergewestelijk en nationaal secretaris , ABVV
- Lid dagelijks bestuur SERV (1989 - 1995)
- Voorzitter SERV

Politieke loopbaan :
- gemeenteraadslid Antwerpen (2003 - )
- schepen Antwerpen (2003 - )
- Vlaams volksvertegenwoordiger kieskring Antwerpen (13-06-1995 - 13-06-2004)
.... - voorzitter Commissie voor Werkgelegenheid en Economische Aangelegenheden (04-07-1995 - 13-06-1999)

- Vlaams volksvertegenwoordiger kieskring Provincie Antwerpen (22-07-2004 - 10-06-2009)
.... - vast lid Commissie voor Onderwijs, Vorming, Wetenschap en Innovatie
.... - plaatsvervangend lid Commissie voor Economie, Werk en Sociale Economie
.... - plaatsvervangend lid Commissie voor Openbare Werken, Mobiliteit en Energie

Politieke en sociale interesses :
- onderwijs
- wetenschapsbeleid
- economie
- arbeidseconomie
- haveneconomie
- mobiliteit
- openbare werken

Eretekens :
ridder in de Leopoldsorde(2004)



1: Home / 2: Biografie / 3: Onderwijs / 4: Werk en economie / 5: Middenstand / 6: Kalender / 8: Foto & video / 9: Contact