|
Vandaag stelden de spijbelambtenaar en onderwijsschepen Voorhamme het Antwerpse spijbelrapport voor het schooljaar 2010-2011 voor. Voor het eerst stijgen de spijbelcijfers opnieuw zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs. Ook al zijn het vooral de +18- jarigen die in het secundair het grootste aandeel op zich nemen. Hiermee bevestigen we een stijgende trend die Vlaanderen al jarenlang optekent. Antwerpen is koploper in haar strenge spijbelregistratie en - aanpak. Voorhamme meent dat het -ondanks alle inspanningen van het Centraal Meldpunt en de leerkrachten- nu wel buiten kijf staat dat we het geweer van schouder moeten veranderen: ons huidig onderwijssysteem is niet opgewassen tegen de uitdagingen anno 2012. Het zittenblijven, de demotivatie van jongeren, de schoolmoeheid, spijbelen... het zijn symptomen. We hebben nood aan een ander onderwijs. "Ook de leerkrachten staan vaak machteloos in de huidige onderwijscontext: het is als rijden met een oldtimer in het drukke verkeer van vandaag".
Spijbelcijfers : strenge Antwerpse norm
De stad Antwerpen registreert sinds 2003 spijbelcijfers voor alle onderwijsniveaus. Een team van acht CLB-medewerkers (het Centraal Meldpunt) en een spijbelambtenaar werken nauw samen met scholen en zijn vooral actief op vlak van analyse, begeleiding en vorming van scholen. Spijbelen is symptoomgedrag en moet zo snel en vroeg mogelijk worden aangepakt. Daarom gebruikt Antwerpen een zeer strenge spijbelnorm: kinderen en jongeren worden geregistreerd vanaf 10 halve dagen ongewettigde afwezigheid. Vlaanderen begint pas te registeren wanneer jongeren meer dan 30 halve dagen wegblijven.
Basisonderwijs: 3.4 % spijbelt meer dan 10 halve dagen
Voor het basisonderwijs werden vorig schooljaar 1.113 spijbelende leerlingen geregistreerd. Op 33.101 leerplichtigen geeft dat een totaal van 3,4%. Dat is 0.5 % meer dan het schooljaar voordien. Ongeveer 60% van de spijbelaars zit in de derde kleuterklas, het eerste en tweede leerjaar. 61,1% van de spijbelaars heeft dan al te kampen met schoolse vertraging. Het zogenaamde verlengde kleuterschooleffect waarbij ouders leerplichtige kinderen gemakkelijker thuishouden is vaak een oorzaak. Anderzijds gaan heel wat gezinnen in kansarmoede minder vaak naar de dokter waardoor de kinderen niet over een attest beschikken als ze ziek zijn. Tot slot beschikken ouders uit de sociaal economische zwakkere bevolkingsgroepen over onvoldoende kennis over de complexe onderwijsregelgeving.
Het Centraal Meldpunt en de spijbelambtenaar zullen in de toekomst scholen sneller confronteren met spijbelspiegels. Scholen en CLB's kunnen ook op ondersteuning rekenen bij problematische spijbeldossiers. Aangezien 61,1% van de spijbelaars al te kampen heeft met schoolse vertraging blijft de stad ook actief inzetten op alternatieven rond zittenblijven voor het Antwerps onderwijs.
Secundair onderwijs: 15.4 % van de leerlingen spijbelt meer dan 10 halve dagen, vooral DBSO en +18 jaar
Op een totaal van 36.821 leerlingen werden er vorig schooljaar 5.669 spijbelende jongeren geregistreerd, een percentage van 15,4%. Dat is 1,3% meer dan voor het schooljaar 2009-2010. Net zoals in andere steden neemt het deeltijds beroepsonderwijs (DBSO) het hoogste aandeel voor haar rekening. 59% van de leerlingen DBSO spijbelt. In het voltijds secundair onderwijs wordt het meest gespijbeld in het beroepsonderwijs (BSO). Er is wel een significante daling in het ASO (4.2 % naar 3.2 % ).
Ongeveer de helft van alle spijbelaars in het secundair onderwijs is ouder dan 18 jaar.
Dat betekent dat een aanzienlijk deel van de "spijbelaars" feitelijk niet meer kunnen spijbelen omdat ze de leerplichtleeftijd gepasseerd zijn. De toename van het aantal 18-plussers in het leerplicht onderwijs is significant, zeker in richtingen als het Deeltijds BeroepsSecundair Onderwijs (DBSO) en het Buitengewoon Secundair Onderwijs (BuSO) waar het spijbelen bijgevolg ook disproportioneel groot is. De stad wil deze jongeren desondanks niet loslaten. " Ook voor deze jongeren is een zinvolle basiskwalificatie het minimum minimorum" aldus Voorhamme. In dat opzicht moet er dringend worden nagedacht over de verdere uitbreiding van de "leerplicht" (die ophoudt als je meerderjarig wordt en waarbij de ouders in de eerste plaats aansprakelijk zijn) tot een kwalificatieplicht. Volgens Voorhamme heeft elke jongere de plicht om de inzet van onderwijs om een kwalificatie mogelijk te maken te beantwoorden met dezelfde inzet om een kwalificatie te behalen.
Spijbelen en schoolse vertraging: indicaties die in dezelfde richting wijzen
We merken op dat bij spijbelende leerlingen schoolse vertraging (zittenblijven) een belangrijke factor is. In ieder geval komt spijbelgedrag veelvuldig voor in de groep die blijven zitten is. "Voor ons hebben zowel spijbelen als zittenblijven een alarmfunctie die we niet mogen negeren" zegt Robert Voorhamme. Daarom zetten de Stad en de onderwijspartners ook voor het secundair onderwijs actief in op alternatieven voor zittenblijven in het kader van het project Samen tot aan de Meet.
Het Centraal Meldpunt en de spijbelambtenaar zullen ook in het secundair onderwijs scholen gerichter uitnodigen om het spijbelprobleem aan te pakken.
|