|
Als het in Antwerpen regent, druppelt het blijkbaar (na een tijdje) wel eens in Brussel. Het pleidooi dat in Antwerpen al lang wordt gehouden voor een grotere inbreng vanuit de welzijnsbevoegdheid in het welzijn van leerlingen, wordt overgenomen door Mieke Van Hecke van het VSKO. Prompt beloven onderwijs- en welzijnsminister om binnen een jaar met een gezamenlijk initiatief op de proppen te komen. Men spreekt van 500 à 1000 jongeren die tijdelijk uit de schoolse context zouden moeten gehaald worden.
De getuigenissen van directies en leerkrachten over deze jongeren zijn herkenbaar voor stedelijke gebieden. Leerkrachten voelen zich soms terecht onmachtig.
Maar om deze moeilijke jongeren dan maar in aparte categorieën of scholen te steken, lijkt me niet de oplossing. In Antwerpen spreken we niet van permanent onschoolbare jongeren, hoogstens van tijdelijk onschoolbaren. We geven die jongeren niet op.
We voorzien in Antwerpen samen met de scholen wel een divers aanbod van kort- en langdurige opvang, maar steeds ligt de nadruk op de herintegratie in de school. Als men spreekt over jongeren die terecht zijn gekomen in een cascade van schorsingen en heroriëntaties (tot op het punt dat ze in geen enkele school meer terecht kunnen), dan gaat het in essentie over het doorbreken van de neerwaartse spiraal.
Zo bestaat sinds 2006 het netoverschrijdend opvangproject SWAT (SamenWerken aan de Toekomst). Jaarlijks worden er 30 leerlingen tijdelijk opgevangen totdat ze terug klaar zijn voor het regulier onderwijs. Jongeren komen alleen in SWAT terecht als ze gescreend en doorverwezen worden door het Centraal Meldpunt Risicojongeren. Dat is essentieel, anders creëer je misschien wel eens perverse effecten.
Als stadsbestuur besteden we alleen al aan SWAT jaarlijks meer dan 320.000 euro, naast de inbreng in mankracht in het project door de scholen zelf. Het is puur welzijnswerk dat hier geleverd wordt en we vragen al een tijd dat de welzijnsminister dan ook met middelen voor de dag komt. Die zijn er nooit gekomen.
Eigenlijk zijn deze 500 à 1000 totaal gedemotiveerde, onhandelbare jongeren slechts een topje van de ijsberg: ze zijn een symptoom van een onderwijssysteem dat niet meer in staat is hiermee om te gaan. Het stijgend aantal zittenblijvers, spijbelaars en jongeren die ongekwalificeerd uitstromen zijn signalen die wijzen op een systeemfout. Hoe dan ook, we mogen de signaalfunctie van deze groep quasi outlaws van ons onderwijs niet veronachtzamen. Het zou niet meer of niet minder dan de doodsteek zijn voor ons onderwijs om het gegeven van de enorme demotivatie en het lage welbevinden van leerlingen uit de weg te gaan.
Net zoals onderwijs niet het reparatiemiddel van de samenleving is, moeten we in onderwijs de tendens tegengaan om zelf de moeilijkheden te draineren uit het mainstream onderwijs. Naar het buitengewoon onderwijs. Naar het deeltijds beroepsonderwijs. Naar welzijn. Naar bijzonder projecten. Onderwijsniveaus en andere instanties waar nogal eens oneigenlijk naar verwezen wordt. In heel wat scholen en onderwijssystemen, in Vlaanderen en wereldwijd, wordt aangetoond dat met hedendaagse didactische methodes jongeren wel gemotiveerd blijven in de klas. De opvattingen en inzichten die aan de basis liggen van deze andere onderwijsaanpak zijn in het Antwerps onderwijs geleidelijk aan gemeengoed aan het worden. Netoverschrijdende projecten zoals Samen tot aan de Meet (nooit meer zittenblijven) getuigen daarvan.
|