|
24-01-2008 - Antwerpen wil Benelux-hoofdkantoren aantrekken. In TRENDS verscheen een vergelijkend artikel over de ambities van beide steden inzake kantorenbeleid.
De strijd om de Benelux-hoofdkantoren Ambitieus Antwerpen versus bedrijvig Breda
Antwerpen profileert zich als geknipte locatie voor Benelux-hoofdkantoren. Kleine buur Breda doet dit al langer, met succes. Wat zijn de troeven van beide steden? En hoe willen ze nieuwe kantoorgebruikers aantrekken? Een vergelijkende analyse. Met een totale kantooroppervlakte van 1,7 miljoen vierkante meter is Antwerpen, een eind na Brussel (12,5 miljoen vierkante meter) maar ruim voor Gent (1,2 miljoen vierkante meter), de tweede grootste kantoorstad van het land. De belangrijkste kantoorzones zijn het Centrum, de Singel, de Haven en de Zuidrand (met onder meer kantoorgebouwen in Wilrijk en Kontich). De jaarlijkse kantooropname schommelt rond de 100.000 vierkante meter. De leegstand, ongeveer 7 %, is beperkt.
Antwerpen is, zeker in een Europese context, een goedkope kantoorstad. De tophuur bedraagt er ongeveer 140 euro per vierkante meter per jaar. Ter vergelijking: in Brussel is dat ongeveer 275 euro, in Amsterdam 360 euro. Tegenover die lage huurprijs staat ook wel een lagere kwaliteit. Het aantal moderne, hoogwaardige kantoorprojecten is op twee handen te tellen. En verwacht je ook wat prestige of architecturale uitstraling, dan ben je in Antwerpen helemaal snel uitgekeken.
Maar daar moet verandering in komen.
"We maken een hele omslag. De stad heeft binnen het Strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen zeven locaties afgebakend voor toekomstige kantoorontwikkelingen", legt schepen van economie Robert Voorhamme (SP.A) uit. Naast de stationslocaties (Berchem, Antwerpen-Centraal, Zuidstation en Groenendaal) behoren ook het Eilandje, de Prestibelsite (Regattaproject op Linkeroever) en Deurne Luchthaven tot de geselecteerde zones. "We willen als stad, in samenwerking met Voka-Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland, de grote lijnen uittekenen van het toekomstige kantooraanbod", vervolgt Voorhamme. "Op stedenbouwkundig en architecturaal vlak willen we kunnen sturen. Vroeger waren we al heel blij dat er iets gebeurde, maar het resultaat stemde ons toch niet altijd zo gelukkig."
|